Spaanse filosoof in Franse krant over rendabele musea… of zijn het de universiteiten?

«… les stratégies de croissance et de marketing sont entrées de plain-pied dans ces espaces. S’il fut, pendant un bref laps de temps, possible de transformer le musée en un laboratoire démocratique au sein duquel se réinventait la sphère publique, cette idée est démantelée au nom d’un argument unique : la dépendance aux subventions publiques doit être dépassée en temps de «crise», le moment est venu de faire du lieu un commerce rentable».

colliniFoto: Stefan Collini, What are universities for? (pag. x).

Het artikel van Paul B. Preciado (MomaPompidouTate GuggenheimAbudhabi, Libération van 13 maart jl), waaruit de citaat hierboven komt, kwam ik een paar dagen geleden tegen. Ik moest dan ook direct denken – door de evidente parallellen tussen de situatie die Preciado schetst voor musea, en die van de universiteiten (zie reeks posts What are universities for? op deze blog) – aan een stuk dat ik bijna drie jaar geleden postte op mijn oude blog Bibliocw-soc, waar ik voorstelde, in de citaat die hieronder volgt, het woord ‘Gallery’ (i.e. de National Gallery in Londen) te vervangen met ‘bibliotheek’, ‘universiteit’, ‘school’ of welke andere onderwijs-, cultureel- of gezondheidszorginstelling dan ook, om te zien dat de citaat (Alan Bennett, Going to the pictures, pp. 475-476 van Untold stories) alarmerend van toepassing blijft.

«… like most public institutions today the Gallery is required not merely to do its job but also to prove that it is doing its job. It is an exercise that is at the same time self-defeating and self-fulfilling. The current orthodoxy assumes that public servants will only do their job as well as they can if they are required to prove that they are doing their job as well as they can. But this proving takes time, and the time spent preparing annual reports and corporate plans showing one is doing the job is taken out of the time one would otherwise spend doing it… thus ensuring that the institution is indeed less efficient than would otherwise be the case. Which is the point the Treasury is trying to prove in the first place. And every public institution now is involved in this futile time-wasting merry-go-round. Necessary to this merry-go-round is another misapprehension, namely that everything is quantifiable, that what visitors to the Gallery come away with can be assessed by means of questionnaires and so on. Well, maybe 20 per cent of it can, and maybe 20 per cent of all these efficiency-inducing exercises are worthwhile, or worth the hours and hours of time and form-filling they take up. And yes, one can gauge from a questionnaire how quick the service is in the café or how clean the lavatories are, but it cannot be said too often that the heart of what goes on here, the experience of someone in front of a painting, cannot be assessed and remains a mystery even, very often, to them».

Geplaatst in Algemeen, Frans, Spaans | Een reactie plaatsen

Online bronnen (2): ebooks Italiaanse taal- en letterkunde

gender narrative dissonanceAls het gaat om een actief aanschafbeleid van de bibliotheek voor de Italiaanse taal- en letterkunde – buiten wat vrij toegankelijk te vinden is op het internet (zie Online bronnen (1): Italiaanse literatuur), zijn de mogelijkheden om individuele ebooks in plaats van gedrukte edities aan te schaffen nog vrij beperkt tot Engelstalige teksten, met de uitgaven van de University of Toronto press als bekendst voorbeeld, ook dankzij het internationale aanzien van het Department of Italian Studies van de Canadese universiteit.

Van de mogelijkheden tot digitale aanschaf heeft de UvA-bibliotheek in het afgelopen jaar zo vaak mogelijk geprobeerd te benutten: het veertigtal verworven boeken (zie titellijst hieronder) heeft het reeds bestaande aanbod aan digitale publicaties (via de database Torrossa, die toegang geeft ook tot een online collectie Spaanse boeken) uitgebreid tot ruim boven de 750.

ebsco ebooks Italiaans feb2015

Naast de individueel aangeschafte titels en de Torrossa collectie, geeft de UvA-bibliotheek ook toegang tot een aantal Cambridge Companions Online die relevant zijn voor Italiaans: Dante, Italian novel, Italian Renaissance, Machiavelli, Modern italian culture en Primo Levi.

Geplaatst in Bibliotheek, Italiaans | Een reactie plaatsen

Venetië in Amsterdam: documentaire

lagunalonga
Op vrijdag 20 maart a.s. (20.00 uur) organiseert het Istituto Italiano di Cultura (Keizersgracht 564) een avond rondom Lagunalonga, een documentaire van de Venetiaanse architect Francesco Calzolaio over de (verborgen) schoonheid van de lagune van Venetië. Een trailer van het documentaire is beschikbaar op de website Lagunalonga.

Naast de Italiaanse architect-regisseur zal Hildebrand de Boer, van de Stichting Holland Route, ook aanwezig zijn om het erfgoednetwerk rondom Amsterdam toe te lichten in het kader van mogelijke parallellen tussen de Italiaanse en Nederlandse situaties.

Voor meer informatie kijk op de website van het Istituto Italiano di Cultura.

Foto komt uit de website Lagunalonga

Geplaatst in Italiaans | Een reactie plaatsen

Online bronnen (1): Italiaanse literatuur

Met de aankomende verhuizing van de bibliotheek Bungehuis (ivm de bouw- en verbouwplannen van de UvA, zie o.a. recent bericht in Folia) – en de daaruit voortvloeiende beperktere ruimte voor de fysieke boekencollectie – wordt het steeds belangrijker om te gaan kijken welke alternatieven zijn beschikbaar op internet als het gaat bijvoorbeeld om literaire werken.

Colonna HypnerotomachiaDe Biblioteca italiana van Università La Sapienza in Roma biedt een gevarieerd aanbod aan digitale primaire teksten:
– de reeks Scrittori d’Italia, gepubliceerd door uitgever Laterza tussen 1910 en 1987, die bevat 179 werken van de Italiaanse literatuur uit de 13e t/m 19e eeuw;
– 1.600 gedigitaliseerde Incunaboli, afkomstig uit 70 Italiaanse en Buitenlandse bibliotheken: ‘klassiekers’ zoals de Hypnerotomachia Poliphili van Francesco Colonna, uitgegeven door Aldo Manuzio in 1499 in Venezia (zie afbeelding hiernaast), horen bij deze collectie.
– de zogenaamde Collezioni speciali, waar de focus ligt op een specifieke auteur of werk, in originele edities: de Cortegiano van Baldassarre Castiglione en de Orlando Furioso van Ludovico Ariosto zijn de eerste titels van deze collectie.

Een ander initiatief, dat het erfgoed van Italiaanse bibliotheken wil helpen conserveren én promoten – met digitalisering van primaire bronnen (historische drukken, briefwisselingen enz.) als vrij gangbaar gevolg – is Memofonte: de nadruk ligt op kunsthistorische teksten, zowel van artiesten (o.a. Michelangelo Buonarroti, zie afbeelding hieronder) als van critici en historici (van Vasari tot Giulio Carlo Argan).

Memofonte Buonarroti

Een collectie teksten is ook die van de Biblioteca della letteratura italiana: hoewel het gaat om een initiatief van de prestigieuze uitgever Einaudi, kan deze website – eerder dan de voorgaande twee (beide opgezet en onderhouden door publieke onderwijs- en onderzoeksinstellingen) – lijden aan problemen van duurzaamheid (=plotseling uit de lucht zijn). Naast enig overlap met de Biblioteca Italiana (13e t/m 19 eeuw), biedt de collectie van Einaudi ook enkele recentere teksten, onder andere van Dino Campana, Ippolito Nievo en Italo Svevo.

Een Italiaanse schrijver die beslist niet verlegen zit aan wetenschappelijke online bronnen is ten slotte Dante Alighieri:
– de pionier Dartmouth Dante Project (ontwikkeld in 1982-88) «is an ongoing effort to put the entire texts of more than 75 commentaries [van de Commedia] into a searchable database that anyone can access»;
– nauw verbonden aan het Dartmouth initiatief is de Princeton Dante Project, die – net zoals de Digital Dante van Columbia University, oorspronkelijk uit 1990 en weer gelanceerd eind 2014 – biedt een combinatie van kritische uitgaven, illustraties uit oude drukken, bio-bibliografische informatie en secundaire literatuur over verschillende werken van Dante.

Afbeelding hieronder, met Dante e la Divina Commedia, van Domenico di Michelino (1465, Firenze, Santa Maria del Fiore) komt uit de website van Columbia College.

Dante College Columbia

Geplaatst in Bibliotheek, Italiaans | 1 reactie

Online collectie Spaanse boeken beschikbaar

Een totaal van 231 titels over Spaanse taal, literatuur en cultuur is sinds kort beschikbaar via de UvA-bibliotheek: de titels zijn te vinden zowel via de bibliotheekcatalogus als via de database Torrossa.

Off-campus toegang alleen mogelijk voor UvA-studenten en -mederwerkers, zie voor meer info hier.

torrossa detail

Geplaatst in Bibliotheek, Spaans | 1 reactie

Collini’s What are universities for? – Deel 5

RembrandtHet onderwerp van dit laatste post met citaten uit Stefan Collini’s boek is bibliometrie (citaten ‘Meten is weten?’) ofwel «de interpretatie van statistische gegevens betreffende boeken en tijdschriften, bv. betreffende het lokaal, regionaal of landelijk gebruik daarvan» (Dikke Van Dale). Bibliometrie speelt ook een rol in het onderwijs informatievaardigheden die mijn collega’s en ik geven aan de UvA en aan universiteiten over de hele wereld: des te interessanter te kijken naar de rol van bibliometrie in het bredere kader van de universiteitswereld (en haar huidige perikelen).

Meten is weten? (1)
«The premise of the exercise [i.e. ‘bibliometry’] is that categories must be uniform. For the purposes of developing ‘bibliometric methods’ it is no good whingeing that editing early-medieval Latin texts is a touch different from conducting research in particle physics; just make sure we have a number in each box, will you? Even leaving aside for the moment the question of the point of such an exercise and the uses to which the ‘data’ will be put, and even leaving aside the whole question of judgments of quality and significance to be made between publications, it should still be obvious that even for the task of simply recording the publications of those working in universities, a far more variegated and nuanced set of categories would be required. Where are we to place activities, crucial to others’ scholarship, such as compiling dictionaries or editing texts? […] Many more objections of this kind might be made […] But again the Voice of Realism pipes up: ‘Surely it is not unreasonable to ask those employed at public expense to provide some record of their activities?’ […] No one would suggest that we should not collectively keep records of our publications. That we do already. The question is, what difference will the development of ‘bibliometric methods’ make?» (p. 124).

Meten is weten? (2)
«‘Bibliometric methods’ will not provide any ‘objective’ criteria here [i.e. judgment of publications’ quality]; they will simply iron out differences in category appropriate to each discipline. There is, in other words, no point in trying to devise a set of categories of publication appropriate to all disciplines unless you intend to reduce the extent to which decisions rest on judgment by peers and increase the extent to which they rest on measurement by administrators. It is not just that someone still has to discriminate a good piece of work from a mediocre one, or that there might be other considerations altogether to take into account in making the decision. It is that a uniform set of categories will be an obstacle and not an adjunct to making peer-group assessments. Those qualified to make such an assessment will have in effect to ignore the categories the ‘database’ presents and recognize what a review-essay or a letter to Nature or whatever means in their own field. So, the clear implication is that this information will be used to make decisions, primarily about funding, by those who are not qualified to judge (if they are qualified to judge, then casting the information into inappropriate uniform categories will only be a hindrance). ‘Bibliometric methods’ will provide a spurious sense of judging by objective criteria» (pp. 125-126).

Het Zelfportret van Rembrandt kom uit de website Think humanities Amsterdam.

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie

Collini’s What are universities for? – Deel 4

KafkaDit nieuwe ‘Collini’-post gaat over de relaties tussen hoger onderwijs en samenleving (citaten ‘De buitenwereld’): daarom voortvloeit hij uit de voorgaande aflevering (‘Universiteit géén bedrijf’ en ‘Investeren in de universiteit’) én vormt hij ook een bruggetje naar het volgende (en laatste) post met citaten uit het boek van Stefan Collini (‘Meten is weten?’).

De buitenwereld (1)
«Defensiveness of another kind comes into play when universities are asked to demonstrate that they are actually doing what they say they are doing […] The interest of ‘the public’, it is argued, needs to be enforced by installing mechanisms for properly public scrutiny. And these will tend to be the most mechanical of mechanisms because they must translate complex and elusive human achievements into some kind of measurable ‘data’ that are comprehensible to a non-expert public. But what if the activity being scrutinized is not, beyond a certain minimal level, susceptible to effective regulation of this kind, since its quality is a matter of informed judgement? In such cases, a substitute has to be found, something that can stand proxy for the real activity so that the appearance of public scrutiny can be maintained […] What is asked for now is not any insight into how learning happens or how minds may be enlarged, but a confirmation to third parties that the announced procedures have been followed. It is another example of the fallacy of accountability – that is, the belief that the process of reporting on an activity in the approved form provides some guarantee that something worthwhile has been properly done […] The reliance on publicly scrutinizable procedures as a substitute for reasoned argument involves an endless deferral of judgement, or at the very least its burial under layers of ostensibly value-neutral bureaucratese»
(p. 107-109).

De buitenwereld (2)
«… the ancient Athenians talked of ‘citizens’ rather than ‘tax-payers’, which in itself tended to make for a better class of discussion. But they were also not so likely to make the common contemporary mistake of confusing accountability with judgement. A process of external scrutiny can determine whether the money allocated for research has indeed been spent on research, or whether instead a particular department blew it all on a staff outing to EuroDisney followed by an extravagant meal at a Paris restaurant. That is accountability. But such a process of external scrutiny cannot really determine whether any of the members of that department are thinking valuable thoughts» (p. 139) «… it’s usually at about this point in the argument that an appearance is made by one of the more bizarre and exotic products of the human imagination, namely a wholly fictive place called ‘the real world’. This sumptuously improbable fantasy is quite unlike the actual world you and I live in […] this invented entity called ‘the real world’ is inhabited exclusively by hard-faced robots who devote themselves single-mindedly to the task of making money. They work and then they die […] Personally, I’ve never been able to take this so-called ‘real world’ very seriously. It’s obviously the brainchild of cloistered businessmen, living in their ivory factories and out of touch with the kinds of things that matter to ordinary people like you and me» (p. 144-145).

Het Kafka-plaatje komt uit de website Think humanities Amsterdam.

Geplaatst in Algemeen | 1 reactie